Samen sterk tegen pesten bij het Ontwikkellab
Het voorkomen van pesten blijkt niet zo eenvoudig. Want wat is pesten? En wat is het verschil tussen plagen en pesten?
Het verschil tussen plagen en pesten is groot
Kinderen die elkaar plagen kunnen elkaar wel aan. Nu eens plaagt de één, dan weer de ander. Het is gelijkwaardig. Een geplaagd kind kan terugplagen. Je plaagt elkaar voor de gein. En als je een grapje van een ander niet fijn vindt, kun je dat gemakkelijk aangeven en dat stopt de ander. Door elkaar te plagen leren kinderen veel. ‘Waar ligt mijn grens en hoe geef ik die aan? Waar ligt jouw grens en hoe herken ik die? Is iets wat ik zelf grappig vind ook grappig voor de ander?’ Plagen duurt vaak niet lang en het heeft geen kwade bedoelingen.
Bij pesten is het anders. Pesten is altijd gemeen. Als er wordt gepest, is het ene kind altijd sterker dan het andere. Het ene kind heeft grotere spierballen, een grotere mond, meer invloed. De één wint dus altijd en de andere is altijd de verliezer. Pesten gebeurt nooit zomaar een enkele keer. Een gepest kind is steeds het mikpunt. Daarom is pesten nooit leuk. Bij pesten is er een slachtoffer die blijvende psychische of fysieke schade kan oplopen. Naast de pester nemen ook andere betrokken kinderen rollen aan. Ze doen mee of kijken bijvoorbeeld weg.
Er zijn verschillende rollen bij pesten
Niet alleen het kind dat pest en het kind dat gepest wordt spelen een rol. Ook andere kinderen in de groep hebben invloed op wat er gebeurt:
- Meeloper: doet mee met het pesten.
- Aanmoediger: moedigt het pesten aan, bijvoorbeeld door te lachen of anderen erbij te halen.
- Buitenstaander: ziet wat er gebeurt, keurt het vaak af, maar weet niet goed wat hij of zij kan doen.
- Helper/verdediger: komt op voor het kind dat gepest wordt en vraagt anderen om te stoppen.
- Omstander: is de volwassene die verantwoordelijk is voor de kinderen, bijvoorbeeld een ouder of pedagogisch professional op de BSO. Deze is geen lid van de groep en staat wat verder van de situatie af, maar kan wel helpen door het pesten te signaleren of bespreekbaar te maken.
Pesten kan veel invloed hebben op slachtoffers
Een eenmalige pestervaring kan veel indruk maken maar hoeft niet altijd traumatiserend te zijn. Als het vaker gebeurt is dat het wel. Een kind kan zich alleen, onzeker of verdrietig voelen en minder vertrouwen krijgen in anderen en is soms bang om naar school te gaan. Die gevoelens kunnen leiden tot verder isolement en nog meer pestgedrag uitlokken.
Ook pesters kunnen later problemen krijgen
Een kind dat pest, merkt soms dat pestgedrag iets oplevert en kan zich daardoor goed staande houden. Op de lange termijn kan dit problemen geven in contact met anderen. Het leert dat het iets kan bereiken zonder normaal onderhandelen. En krijgt daardoor uiteindelijk onaangepaste gedragspatronen. Kinderen die anderen pesten, lopen ook een grotere kans op ernstige problemen in de puberteit of als ze volwassen zijn, zoals drankgebruik en (huiselijk) geweld.
De hele groep kan last hebben van pesten
Pesten heeft niet alleen invloed op het kind dat gepest wordt. Ook andere kinderen in de groep merken het. Het kan zorgen voor onrust, spanning, minder plezier en soms zelfs het gebrek aan vertrouwen in volwassenen. Kinderen kunnen daarnaast het gevoel krijgen dat niemand ingrijpt of dat pesten erbij hoort.
In welke rol je kind ook zit, praat als ouder met je kind over pesten
Mirelle adviseert ouders om hierbij open vragen te stellen en actief te luisteren. Voorkom dat je hierbij oordeelt, een mening geeft of aannames doet. Vragen die je kunt stellen zijn:
- Wat heb je vandaag in de pauze beleeft en met wie?
- Wat was je leukste en mist leuke moment vandaag? Wat dacht en voelde je toen? Waren dat fijne gedachten en gevoelens of juist niet?
Zo niet, kun je jouw gedachten sterker maken? Wat zou je dan veranderen? - Heb je iemand gezien die geen fijne pauze heeft gehad? Wat gebeurde er?
Wat heb jij gedaan om dit kind een beter gevoel te geven?
Wat zou je kunnen doen om dit kind vaker een fijne pauze te geven?
Wie zou jou daarbij kunnen helpen?
Wat moet je doen wanneer je kind gepest wordt?
- Neem signalen serieus
- Toon begrip voor emoties van je kind en benoem dit ook
- Geef een compliment aan je kind dat hij/zij is komen vertellen
- Geef je kind niet de schuld
- Leg uit aan je kind dat praten over pesten geen klikken is
- Help je kind om zelf een lastige situatie bespreekbaar te maken of op te lossen
Bedenk samen een passende oplossing. Neem hierbij kleine stapjes - Doe niks zonder je kind dit te vertellen
Samen sterk tegen pesten
Soms zie je direct dat een kind gepest wordt of heb je het idee dat jouw eigen kind gepest wordt door verhalen die het vertelt. Een goede samenwerking tussen ouders, school en kinderopvang helpt bij het voorkomen en verminderen van pesten. Maak het pesten dus bespreekbaar!
Het Ontwikkellab
Kennis delen en elkaar inspireren vinden we bij Junis Kinderopvang erg belangrijk. Onder de naam ‘Het Ontwikkellab’ bieden we daarom regelmatig diverse webinars aan..